SPRONG Educatief

Het programma SPRONG van Regieorgaan SIA stimuleert focus en massa van praktijkgericht onderzoek op relevante maatschappelijke thema’s. SPRONG Educatief zet specifiek in op het structureel verbinden van bestaande samenwerkingsverbanden op één thema binnen het praktijkgericht onderwijsonderzoek. Het doel is te zorgen voor concentratie van de beschikbare onderzoekscapaciteit op de belangrijkste uitdagingen van het onderwijs en daarmee voor het versterken van de kwaliteit en impact van het onderzoek.

Achtergrond

Praktijkgericht onderwijsonderzoek is een motor om de kwaliteit van het onderwijs in po, vo, mbo en de lerarenopleidingen te versterken. Het biedt ondersteuning aan lerarenteams bij het verzorgen van onderwijs. In kenniskringen van lectoraten, in academische opleidingsscholen, werkplaatsen onderwijsonderzoek, op veel plaatsen, kortom, heeft praktijkgericht onderzoek de afgelopen tien jaar lerarenteams in staat gesteld het onderwijs te vernieuwen. Toch blijven er verbeteringen mogelijk. Daarom hebben Regieorgaan SIA en het NRO een digitale consultatie gehouden onder lectoren en onderzoekers, leraren en lerarenopleiders met de vraag hoe de impact van het onderwijsonderzoek versterkt kan worden. Deze antwoorden op deze vraag waren input voor het advies van de stuurgroep Ondersteunend Programma Praktijkgericht Onderwijsonderzoek aan het NRO en Regieorgaan SIA. Het advies is vertaald in het programma SPRONG Educatief.

 

Wat is het?

SPRONG Educatief is bedoeld om de beschikbare onderzoekscapaciteit te richten op de belangrijkste uitdagingen van het onderwijs. Het programma kent een call, op basis waarvan vier consortia (elk bestaande uit een of meer regionale samenwerkingsverbanden en een landelijk netwerk van lectoren op één thema) in de gelegenheid worden gesteld zich gedurende vier jaar te ontwikkelen tot robuuste en duurzame samenwerkingsverbanden van lectoraten, lerarenteams en teams van lerarenopleiders. Daarnaast is een programmacommissie ingesteld voor het beoordelen, monitoren en evalueren van het programma. Voor het ondersteunen van de samenwerkingsverbanden is € 1,6 miljoen beschikbaar.

 

Call for proposals

Vanaf 8 januari 2019 staat de call SPRONG Educatief open. De handleiding behorende bij de call en de overige formulieren staan op deze pagina. Op 16 januari organiseerden het NRO en Regieorgaan SIA een matchings- en voorlichtingsbijeenkomst. Tijdens deze interactieve middag gaven we meer informatie over de call en hebben de deelnemers thema's verkend en partners ontmoet om mee samen te werken. Onder het kopje 'Actuele documenten' is het verslag van deze bijeenkomst te downloaden. 

 

Programmacommissie

Het gezamenlijk dagelijks bestuur van SPRONG Educatief, bestaande uit vertegenwoordigers van het bestuur van Regieorgaan SIA en de Programmaraad Praktijkgericht Onderzoek van het NRO, heeft op 14 maart de programmacommissie SPRONG Educatief geïnstalleerd. De programmacommissie bestaat uit de volgende personen:

 

Workshop Plannen maken

Op 24 april bieden het NRO en Regieorgaan SIA een workshop aan voor consortia die een vooraanmelding hebben gedaan en van plan zijn om een aanvraag in te dienen in het kader van de call SPRONG Educatief. Tijdens de workshop gaan we met elkaar aan het werk om de onderdelen van het plan van aanpak en de criteria van de call scherp te krijgen.  Zo krijgen consortia inzicht in de te nemen stappen om te komen tot een uitgewerkte aanvraag die uiterlijk 1 oktober 2019 moet worden ingediend. Voor deelname aan de workshop is het gewenst dat delegaties van de te vormen consortia aanwezig zijn, dus zowel onderzoekers, leraren als lerarenopleiders. De middag staat onder leiding van Addy de Zeeuw. Het definitieve programma volgt in april. 

 

De workshop vindt plaats in Vergadercentrum Domstad nabij Utrecht CS,  van 13.00 - 17.00 uur.

 

Opgeven voor de bijeenkomst kan door een mail te sturen naar oppo@regieorgaan-sia.nl

 

Vragen?

Wilt u meer informatie over SPRONG Educatief of heeft u een vraag? Bekijk de antwoorden op de veelgestelde vragen onderaan deze  pagina. Zit uw vraag en niet bij, neem dan contact op met:

Lex Sanou, programmamanager

E-mail: lex.sanou@regieorgaan-sia.nl

Telefoon: 06 - 24 90 48 31

 

Actuele documenten

Hieronder vindt u de handleiding en voorbeelden van het vooraanmeld- en aanvraagformulier en  het plan van aanpak. Een aanvraag indienen doet u altijd via ISAAC met de daar gepubliceerde en actueelste formulieren.

Handleiding SPRONG Educatief

Download  (PDF,  789 kB)

Vooraanmeldingsformulier SPRONG Educatief

Download  (PDF,  1.383 kB)

Aanvraagformulier SPRONG Educatief

Download  (PDF,  1.419 kB)

Voorstel plan van aanpak SPRONG Educatief

Download  (PDF,  1.382 kB)

Verslag matchmakingsbijeenkomst 16 januari

Download  (PDF,  382 kB)

Programmakader SPRONG

Download  (PDF,  205 kB)
Achtergronddocumenten

Het programma SPRONG Educatief is ontwikkeld naar aanleiding van het advies Praktijkgericht Onderwijsonderzoek in wisselwerking van de Stuurgroep Ondersteunend Programma Praktijkgericht Onderwijsonderzoek onder voorzitterschap van Lieteke van Vucht Tijssen. In het advies zijn de resultaten meegenomen van een Group Concept Mapping Praktijkgericht Onderwijsonderzoek en een werkconferentie met betrokkenen. Hieronder kunt u bijbehorende documenten downloaden. 

Adviesrapport Praktijkgericht onderwijsonderzoek in wisselwerking

Download  (PDF,  1.286 kB)

Verslag werkconferentie Onderwijsonderzoek

Lees hier het uitgebreide verslag van de conferentie.

Download  (PDF,  641 kB)

Rapport Praktijkgericht Onderwijsonderzoek versterken

In dit rapport staan de resultaten van de Group Concept Mapping Praktijkgericht Onderwijsonderzoek. GCM is een gestructureerde methode om de ideeën van een groep te verzamelen, te organiseren en te visualiseren. Leraren, lerarenopleiders, lectoren, schoolleiders, bestuurders en beleidsadviseur hebben input gegeven op de vraag: 'Wat is er nodig om de impact van praktijkgericht onderwijsonderzoek te versterken?'

Download  (PDF,  1.728 kB)
Advies Werkgroep Kwaliteit van Praktijkgericht Onderzoek en Lectoraat

In het Adviesrapport Praktijkgericht onderwijsonderzoek in wisselwerking wordt verwezen naar het advies van de Werkgroep Kwaliteit van Praktijkgericht Onderzoek en het Lectoraat  ('Commissie Pijlman') uit 2017. Ga naar het advies van de Werkgroep Kwaliteit van Praktijkgericht Onderzoek en het Lectoraat.        

 

Meer waarde met hbo

In het rapport Meer waarde met hbo, doorwerking praktijkgericht onderzoek van het hoger beroepsonderwijs (Commissie Franken) geven hogescholen een antwoord op het valorisatieprogramma met een eigen en zelfbewuste hbo-bijdrage aan maatschappelijke waardecreatie van praktijkgericht onderzoek. Lees het rapport hier

 

Veelgestelde vragen

Aan deze tekst kunnen geen rechten worden ontleend. De Call for Proposals die u op deze pagina kunt downloaden, is leidend.  Ook het advies van de Stuurgroep OPPO (Praktijkgericht onderwijsonderzoek in wisselwerking)   is te downloaden, evenals de in antwoorden genoemde rapporten van de commissie-Pijlman (Advies werkgroep Kwaliteit van praktijkgericht onderzoeken en het lectoraat) en de commissie-Franken (Meer waarde met hbo. Doorwerking praktijkgericht onderzoek in het hoger beroepsonderwijs).

Versie 24 januari 2019 

 

1. Er wordt gesproken van consortia, van regionale en van landelijke samenwerkingsverbanden. Wat wordt hiermee bedoeld?

De terminologie is de volgende:

  • In regionale samenwerkingsverbanden werken scholen, lerarenopleidingen en onderzoekers (hbo, doorgaans ook wo) regionaal samen, op basis van een gezamenlijke onderzoeksagenda. Voorbeelden hiervan kunnen zijn: (Academische) Opleidingsscholen, Centres of Expertise of Werkplaatsen Onderwijsonderzoek.
  • In landelijke samenwerkingsverbanden werken lectoren samen op een thema. In veel gevallen zijn hier ook onderzoekers vanuit het wo bij betrokken.
  • In een consortium zoals dat vanuit SPRONG Educatief ondersteund kan worden, participeren één of meerdere regionale samenwerkingsverbanden samen met een landelijk samenwerkingsverband van lectoren, op een specifiek thema.

Zie ook vraag 8 en de paragrafen 1.1 en 3.5 van de call. 

2. De beoogde consortia hebben overeenkomsten met de reeds bestaande Werkplaatsen Onderwijsonderzoek. Wat zijn de verschillen?

Vanaf 2016 initieert en financiert het NRO in samenspraak met PO-Raad, VO-raad, MBO Raad en OCW Werkplaatsen Onderwijsonderzoek, zie www.nro.nl/werkplaatsen-onderwijsonderzoek/ voor het actuele overzicht. De consortia waar het programma SPRONG Educatief zich op richt hebben zeker kenmerken van deze werkplaatsen, maar er zijn ook verschillen. De belangrijkste verschillen zijn dat in consortia in het kader van SPRONG Educatief:

  • Regionale samenwerkingsverbanden en een landelijk samenwerkingsverband van lectoren verbinden zich met elkaar op één onderzoeksthema, waarbij het thema is afgestemd op landelijke agenda’s;
  • Het aangrijpingspunt voor de samenwerking ligt bij de lectoren, waarbij het voor de hand ligt dat zij samenwerken met andere, bijvoorbeeld universitaire, onderzoekers.
  • Er is een expliciete samenhang tussen de onderwijssectoren (po, vo, mbo en lerarenopleidingen ho). Bij de start van een consortium kan die zich bijvoorbeeld primair richten op een van de sectoren po, vo of mbo (inclusief daarop gerichte lerarenopleidingen) waarbij het consortium in de periode tot 2023 de verbinding op hun thema kan leggen naar de andere twee sectoren. De manier waarop het consortium dit organiseert beschrijft het consortium in haar plan van aanpak.
  • De call van SPRONG Educatief stelt financiering beschikbaar om de samenwerking mogelijk en duurzaam te maken. Zie de vraag hieronder voor een toelichting.

Consortia die een aanvraag indienen kiezen een eigen naam, passend bij hen en bij hun doelstellingen.

 

3. Waar kunnen de middelen van SPRONG Educatief door de consortia voor worden ingezet?

SPRONG Educatief stelt financiering beschikbaar om de samenwerking mogelijk en duurzaam te maken, deze financiering dient te worden geïnvesteerd in het versterken van condities die het mogelijk maken de samenwerking tussen bestaande regionale en landelijke samenwerkingsverbanden te organiseren om de impact van praktijkgericht onderwijsonderzoek op het gekozen thema te versterken. Middelen voor onderzoek komen uit het eigen budget van de partners en/of uit onderzoeksprogramma’s van het NRO, Regieorgaan SIA of anderszins.

Een toekenning in het kader van SPRONG Educatief sluit deelname aan een onderzoeksprogramma van het NRO en/of Regieorgaan SIA dus niet uit, het is juist aan te bevelen om dit te doen.

Zie ook paragraaf 3.4 van de call. 

4. Waarom kunnen alleen hogescholen als penvoerder optreden?

Het aangrijpingspunt voor SPRONG Educatief ligt bij de lectoren, conform de opdracht en het advies van de Stuurgroep OPPO. Zij zijn het scharnierpunt tussen enerzijds het (verder) professionaliseren van leraren en het bijdragen aan onderwijsvernieuwing en anderzijds het bijdragen aan de wetenschappelijke kennisbasis. Het ligt voor de hand dat zij daarbij samenwerken met andere onderzoekers. De call wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van Regieorgaan SIA, dat als taak heeft het stimuleren van praktijkgericht onderzoek uitgevoerd door hogescholen.

5. Kan een hogeschool penvoerder zijn van meerdere consortia?

Nee, dat is niet toegestaan. Een hogeschool kan participeren in meerdere consortia, maar kan namens een consortium penvoerder zijn van slechts één aanvraag. Voor de vooraanmeldingen geldt dat een hogeschool als penvoerder slechts één vooraanmelding kan indienen. Echter, de vooraanmelding kan verschillen van de definitieve aanvraag op 1 oktober 2019 als het gaat om de samenstelling van het consortium en de keuze en verdere uitwerking van het thema.

Zie ook paragraaf 3.1 van de call.

 

6. Waarom komen alleen samenwerkingsverbanden (regionaal en landelijk) met een ‘track record’ in aanmerking?

Gezien de hoge ambities die in beperkte tijd (vier jaar) gerealiseerd moeten worden, is het van belang dat de regionale samenwerkingsverbanden reeds een aantal jaren bestaan, resultaten hebben geboekt en de samenwerking zich heeft uitgekristalliseerd. Bestaande landelijke samenwerkingsverbanden van lectoren zijn veelal collegiale netwerken van lectoren, waarbij minder sprake is van een structurele verankering. De call richt zich op het verbinden van regionale en landelijke samenwerkingsverbanden, waarbij voor de laatste geldt dat vanuit een bestaand landelijk netwerk van lectoren op het thema van het consortium uiterlijk per 1 oktober 2019 (deadline indienen plan van aanpak) een landelijk, structureel verankerd samenwerkingsverband tot stand is gekomen.

7. Wat zien het NRO en Regieorgaan SIA als de meerwaarde van een structurele verbinding tussen regionale en landelijke samenwerkingsverbanden?

Het structureel verbinden van samenwerkingsverbanden op één thema zorgt voor concentratie van de beschikbare onderzoekscapaciteit op de belangrijkste uitdagingen van het onderwijs en daarmee voor het versterken van de kwaliteit en impact van praktijkgericht onderwijsonderzoek als een middel om de onderwijskwaliteit in po, vo, mbo en lerarenopleidingen ho te versterken. Daarnaast vormen de samenwerkingsverbanden een fundament voor samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en voor het borgen van de onderzoeksresultaten in de praktijk en in de wetenschappelijke kennisbasis.

Zie ook paragraaf 1.1 van de call. 

8. Wat is de rol van het landelijk samenwerkingsverband binnen het consortium?

Het landelijk samenwerkingsverband van lectoren is enerzijds de schakel tussen de regionale samenwerkingsverbanden op het thema van het consortium, en anderzijds de schakel naar en van de wetenschappelijke kennisbasis op het thema. In het Plan van Aanpak kan bijvoorbeeld beschreven worden op welke deelvragen binnen het thema elk van de regionale samenwerkingsverbanden binnen het consortium zich richt, hoe deze onderling samenhangen, hoe het geheel bijdraagt aan de versterking van de praktijk en de kennisbasis, en hoe de lectoren in het landelijk samenwerkingsverband een en ander coördineren.

Een landelijk samenwerkingsverband kan gebaseerd zijn op diverse bestaande contacten en ook anderen dan lectoren kunnen hier lid van zijn. Soms is sprake van een bij aanvang informeel netwerk met een beperkte structuur maar ontstaat in de aanloop naar de aanvraag een meer gestructureerd netwerk binnen het consortium.

Zie ook vraag 1 en de paragrafen 1.1 en 3.5 van de call.

9. Wat is de rol van universitaire onderzoekers in SPRONG Educatief?

In regionale samenwerkingsverbanden zullen in (vrijwel) alle gevallen onderzoekers uit zowel hbo als wo participeren. Samenwerking tussen onderzoekers is in de praktijk gebaseerd op wederzijdse expertise en persoonlijke verbindingen, waarop in de consortia kan worden voortgebouwd. Het initiatief daartoe ligt bij de lectoren.

10. Hoe vinden landelijke en regionale samenwerkingsverbanden elkaar?

De verwachting is dat de onderzoekers die participeren in samenwerkingsverbanden zicht hebben op wat er in verschillende regio’s speelt. Daarnaast hebben het NRO en Regieorgaan SIA op 16 januari 2019 een voorlichtings- en matchingsbijeenkomst gebaseerd en blijft er in het daaropvolgende traject tot de deadline voor het indienen van de aanvragen aandacht voor de verbinding tussen samenwerkingsverbanden.

Zie ook de vragen 11 en 12.

11. Is het mogelijk dat twee consortia hetzelfde thema hebben?

Tijdens en na de matchingsbijeenkomst op 16 januari 2019 zal de Programmacommissie van SPRONG Educatief contacten stimuleren tussen consortia die met een gelijk of vergelijkbaar thema aan de slag willen gaan, opdat zij zo mogelijk tot een gezamenlijke aanvraag komen. Potentiële aanvragers wordt vanuit dit oogpunt gevraagd om een vooraanmelding in te dienen. Op basis van de vooraanmeldingen zullen potentiële aanvragers geïnformeerd worden over mogelijke overlap in thema en geadviseerd worden met elkaar in gesprek te gaan. Bovendien kan het bundelen van initiatieven bijdragen aan het verminderen van het aantal aanvragen en daarmee de mogelijkheid van toekenning vergroten.

Zie ook vraag  17.

12. Wanneer voldoet een thema aan de gestelde criteria?

De eisen aan een thema worden beschreven bij de specifieke subsidievoorwaarden. SPRONG Educatief schrijft geen thema’s voor omdat het belangrijk is dat het thema voortkomt uit de praktijk (vraagarticulatie). Daarnaast is het van belang dat het thema breder wordt herkend dan binnen de regionale samenwerkingsverbanden in het consortium en aansluit bij landelijke en internationale ontwikkelingen binnen de educatieve sector.

Tijdens de bijeenkomsten op 16 januari 2019 en 24 april 2019 is gelegenheid om vanuit de praktijk van het consortium keuzes te maken die aansluiten bij ambities en mogelijkheden.

Zie ook paragraaf 3.5 van de call.

13. Is het verplicht dat alle onderwijssectoren (po, vo, mbo, lerarenopleidingen ho) participeren?

Bij de start van het consortium is sprake van deelname vanuit in elk geval één van de sectoren po, vo en mbo  (inclusief daarop gerichte lerarenopleidingen), waarbij het consortium inzicht geeft in de relevantie van het thema voor alle onderwijssectoren en hoe de in het consortium ontwikkelde kennis beschikbaar zal komen voor alle sectoren. Beoogd wordt om op termijn (2023) netwerken te hebben die sectoroverstijgend werken – dat kan ook buiten de sector onderwijs zijn, zoals bijvoorbeeld met jeugdzorg.

Zie ook vraag 2 en paragraaf 4.5 van de call.

14. Hoe komen de vragen uit de praktijk (scholen, lerarenopleidingen) aan bod binnen het onderzoeksprogramma van het consortium?

SPRONG Educatief gebruikt hiervoor de term ‘vraagarticulatie’, als onderdeel van de criteria voor de aanvraag. Die is gebaseerd op de omschrijving in de rapporten van de commissie-Pijlman en de commissie-Franken: Vraagarticulatie is het proces waarin teams van leraren(opleiders) bespreken welke vraagstukken voor hen komende jaren belangrijk zijn, daar één of enkele uit kiezen en daarover in gesprek gaan met onderzoekers. De onderzoekers informeren hen over bestaande kennis op het betreffende onderwerp en ondersteunen de teams om de vraag zodanig aan te scherpen dat hij onderzoekbaar is.

Bij de totstandkoming van het thema is gelijkwaardigheid van de betrokken partners het uitgangspunt.

15. Hoe komen de opbrengsten van het consortium terug in de praktijk (scholen, lerarenopleidingen)?

Op basis van de wisselwerking tussen de partners in het consortium zullen opbrengsten binnen het consortium gedeeld worden. Aan de consortia wordt verder gevraagd aan te geven hoe zij de opbrengsten breder delen naar andere regio’s en andere sectoren. In de bij vraag 14 genoemde rapporten wordt dit omschreven als doorwerking: De invloed van zowel het proces van onderzoek als van de onderzoeksresultaten op het onderwijs, de praktijk en de samenleving.

16. Waarom worden slechts vier consortia gehonoreerd?

Op dit moment kunnen het NRO en Regieorgaan SIA middelen vrijmaken voor vier consortia. Daarmee vervullen zij een vliegwielfunctie. Aan consortia die niet gehonoreerd kunnen worden, maar die toch besluiten zich in de geschetste richting te willen doorontwikkelen, bieden we aan om mee te doen met het monitoringprogramma dat de Programmacommissie van SPRONG Educatief ontwikkelt en aan de kennisdeling die georganiseerd wordt. Op deze manier kunnen zij alvast ‘voorsorteren’ op het mogelijk beschikbaar komen van extra financiering.

De Programmacommissie gaat actief in gesprek met verschillende organisaties over de mogelijkheden van financiering voor één of meer calls. Een nieuwe call gedurende de looptijd van het programma (tot 2023) zal op advies van de Programmacommissie worden ingericht op basis van de tussentijdse evaluatie van de aanvragen van consortia die in 2019 zijn gehonoreerd. Voorjaar 2023 is een advies voorzien van de Programmacommissie over borging van de opbrengsten, mogelijkheden voor continuering van financiering van de bestaande consortia en de vorm waarin dit kan plaatsvinden zodat een landelijk dekkend netwerk op de belangrijkste onderwijsthema’s ontstaat – een kennisinfrastructuur.

17. Wat is het doel en de status van een vooraanmelding?

De vooraanmeldingen worden door de Programmacommissie getoetst op programmatische overlap en zij adviseren consortia over mogelijkheden van samenwerking. Onder andere de workshop op 24 april biedt gelegenheid om dit nader uit te werken. Het advies van de Programmacommissie is niet bindend.

Afwijkingen in de definitieve aanvraag zijn dus mogelijk, bijvoorbeeld t.a.v. de samenstelling van het consortium, de penvoerder, het thema en de titel van de aanvraag.

 

18. De workshop wordt gehouden op 24 april. Scholen hebben dan soms al meivakantie. Kan een andere datum worden gekozen?

Gezien het tijdpad is een eerder moment niet haalbaar, en een later moment biedt consortia minder tijd voor verdere afstemming en het definitief opstellen van de aanvraag. De organisatie is bij het samenstellen van het tijdpad uitgegaan van het advies van het Ministerie van OCW dat als meivakantie de periode van 27 april tot 5 mei aanhoudt.

19. Wat is de rol van de programmacommissie?

De per februari 2019 in te stellen Programmacommissie beoordeelt de aanvragen in het kader van SPRONG Educatief en monitort het programma. De programmacommissie overlegt regelmatig met de stakeholders in het veld over de doelen van het programma en het verwerven van extra middelen voor het starten van meer consortia in de gewenste richting.

Daarnaast monitort de programmacommissie de voortgang van de gehonoreerde aanvragen. Consortia die niet gehonoreerd worden en toch besluiten zonder extra financiering door te gaan, kunnen gebruik maken van het monitoringregime van de programmacommissie.

Verder adviseert de programmacommissie het Gezamenlijk Dagelijks Bestuur SPRONG Educatief van het NRO en Regieorgaan SIA over eventuele bijstelling en voortzetting van het programma SPRONG Educatief. In het kader hiervan kan zij flankerend onderzoek (laten) uitvoeren naar effectieve werkwijzen voor consortia.

 

Voor de Programmacommissie worden leden gezocht die bekend zijn en kennis hebben van de infrastructurele processen in de onderwijssector, die gezamenlijk het veld van praktijkgericht onderwijsonderzoek overzien en vanuit expertise en betrokkenheid aanvragen op waarde kunnen schatten. Na installatie van de Programmacommissie presenteren zij zich op de webpagina van SPRONG Educatief.

20. SPRONG Educatief richt zich op praktijkgericht onderzoek. Hoe verhoudt dit zich tot het praktijk-onderzoek in de regionale samenwerkingsverbanden?

Het NRO en Regieorgaan SIA richten zich in SPRONG Educatief  beiden op praktijkgericht onderzoek. Dit is in de beoogde consortia verbonden met het praktijkonderzoek door studenten van de lerarenopleidingen en van leraren en lerarenopleiders. Praktijkonderzoek en praktijkgericht onderzoek zijn beide belangrijk voor het versterken van het onderzoekend vermogen van leraren en lerarenopleiders in wisselwerking met onderzoekers. De ambitie van praktijkgericht onderzoek reikt echter verder dan die van praktijkonderzoek.

In SPRONG Educatief wordt de volgende omschrijving van praktijkgericht onderzoek gehanteerd:

Praktijkgericht onderzoek is onderzoek waarvan de vraagstelling voortkomt uit en wordt geformuleerd met de onderwijspraktijk en dat wordt uitgevoerd in en met die praktijk. Praktijkgericht onderzoek levert kennis, inzichten en/of concrete producten die bijdragen aan de ontwikkeling van de onderwijspraktijk (door schoolontwikkeling en professionalisering) en aan het vergroten van de wetenschappelijke kennisbasis over onderwijs.

 

21. Wanneer moeten de consortia starten?

Na een positieve beoordeling van de aanvrage in december 2019 organiseert SPRONG Educatief in het voorjaar van 2019 een kick-off als gezamenlijke start van de gehonoreerde aanvragen.

Zie ook hoofdstuk 5 van de call. 

22. Waarom werken Regieorgaan SIA en het NRO samen in het programma SPRONG Educatief?

Regieorgaan SIA en het NRO zijn beide een regieorgaan binnen NWO. Hun werkgebied overlapt waar het praktijkgericht onderwijsonderzoek betreft; de inzet is dat deze samenwerking samenhang en expertisedeling bevordert en daarmee de kwaliteit van onderwijsonderzoek ten behoeve van de onderwijspraktijk. Door het systematisch concentreren van de inspanningen van beide organisaties op het versterken van de impact van praktijkgericht onderwijsonderzoek dragen zij bij aan het tegengaan van versnippering van onderzoek.

23. Wat wordt verstaan onder Nederlandse onderwijsinstellingen po, vo, mbo?

In paragraaf 3.5 van de call wordt gesproken over deelname in een consortium van minimaal zes Nederlandse onderwijsinstellingen (po en/of vo en/of mbo). Hieronder wordt verstaan een schoolbestuur voor po, vo en of mbo. Een overzicht met schoolbesturen (en veel meer) is te vinden op www.duo.nl voor po, vo en mbo onder het kopje ‘adressen’ (voor po onder 07: adressen schoolbesturen po; voor vo onder 03 bevoegde gezagen vo; voor mbo onder 02 bevoegde gezagen mbo).

Per schoolbestuur kunnen één of meerdere scholen of locaties participeren.